In gesprek over omgangsvormen en pedagogische waarden in de school. Tjipcast 135 met Diana Rozendaal, Carlos van Kan en Ale Wynia

Het lesgeven in de grootstedelijke context brengt veel uitdagingen voor leraren en schoolleiders met zich mee. In deze podcast zullen we de waarden van leraren verkennen met inzichten vanuit onderzoek en manieren om hiermee te werken als leraar en schoolteam. Hoe voer je bijvoorbeeld gesprekken over intolerant gedrag en op welke manier kun je als leraar hierin het verschil maken. Wat hebben leraren nodig om een betekenisvolle rol te kunnen vervullen op de weg naar volwassenheid voor leerlingen? Wat is de pedagogische opdracht van een school? En welke rol heb je hierin als schoolleider?
— Lees op tjipcast.nl/onderwijs/in-gesprek-over-omgangsvormen-en-pedagosische-waarden-in-de-school-tjipcast-135-met-diana-rozendaal-carlos-van-kan-en-ale-wynia/

Tweede Kamer, let op: mbo’ers dreigen gevangen te blijven in het thuisonderwijs

column

Je kon erop wachten. Dat onderwijsbestuurders de corona-ellende zouden aangrijpen. Dat ze ‘een kans’ zouden zien en het ijzer gretig zouden smeden. Steevast ruiken bestuurders van grote mbo-instellingen elke mogelijkheid om eerdere mislukte vernieuwingen – vrijwel altijd meer digitaal en zelfstandig werken en minder fysieke lessen – via een achterdeur weer door te drukken.

Ja hoor, het Albeda College, een gigantische mbo-instelling in Rotterdam, is de eerste. Dat gaat in het nieuwe schooljaar door met thuisonderwijs en onlinelessen. De leerlingen hoeven niet dagelijks naar school te komen, alleen voor praktijkvakken. Ook vakken als Nederlands en rekenen zullen grotendeels online worden gegeven. Wat bestuurders erin aantrekt, is gemakkelijk te bedenken. Digitaal zijn grote groepen te bedienen; handig bij een lerarentekort. Ordeproblemen zijn voorbij. Het scheelt dure lesruimte. Je kunt het verkopen als innovatie. Winwinwin.

Ron Kooren, voorzitter van het college van bestuur van Albeda, ziet (Algemeen Dagblad, 21 juni) alleen maar voordelen van afstandsonderwijs: geen volle klassen meer, waar je ‘hutjemutje op elkaar’ zit. Hij ziet het onlinelesmodel als ‘enorme winst van corona’. ‘De onderwijsvernieuwing heeft een enorme zet gekregen’, juicht hij.

Goh. Laat ik nou denken, mét de Onderwijsraad, de SER, het Nederlands Jeugdinstituut, de Kinderombudsvrouw en zelfs onze onderwijsministers, dat leerlingen hebben geleden onder de epidemie en het gedwongen thuisonderwijs. Mbo’ers konden niet op stage. Docenten schatten dat ze zo’n kwart van de leerlingen niet in beeld hadden. Jongeren werden depressief of eenzaam.

School is waar je je vrienden ziet, verliefd wordt, ruzie krijgt en lol maakt, waar je het leven oefent. Dat gaat niet online.

Corona heeft aantoonbaar geleid tot achterstanden. Die pech is ongelijk verdeeld: leerlingen uit onfortuinlijke gezinnen, zonder eigen laptop of kamer, met ouders die thuis moesten werken of nooit thuis waren om te helpen, zijn slechter af. De kloof tussen kinderen van hoogopgeleide en laagopgeleide ouders- veelal mbo’ers – is gegroeid.

Kooren ziet het zonniger. ‘De digitalisering blijkt enorm effectief’, stelt hij tevreden vast. Hoe hij daarbij komt, is een raadsel; ik kan dat bewijs voor die heilzame effecten nergens vinden. Maar wat doet het ertoe? Het bestuur heeft besloten. Wat de docenten van het Albeda ervan vinden, weet ik niet. Maar of zij en hun studenten hoog of laag springen, dit wordt hun ‘nieuwe normaal’, zegt hun baas. Dat hij deze gemeenplaats van onze corona-bestrijdende ministers leent is veelzeggend. Argumentatie is niet nodig, inspraak van de uitvoerders ongewenst. Wen er maar aan.

De suggestie dat online-onderwijs goedkoper is, werpt Kooren van zich; de invoering kost voorlopig alleen maar geld. Maar hé, dat geld is er. Kooren zegt er de subsidie van het Nationaal Programma Onderwijs voor te gebruiken. Een schoolbestuur dat geld voor het repareren van schade mag inzetten voor het breed invoeren van datgene wat de schade heeft aangericht – gekker kan het niet worden.

Er kwam meteen kritiek (AD, 22 juni). Van Paul van Meenen, D66-Tweede Kamerlid, die opmerkte dat het niet de bedoeling is leerlingen nog verder op afstand te zetten; van onderzoeker Jeroen Janssen, die adviseert om Nederlands, voor mbo’ers een lastig maar belangrijk vak, vooral niet online te geven. Haastig gaf het Albeda een persverklaring uit: ze gingen heus niet álles online doen. Er kwam ‘een effectieve mix’.

Tweede Kamer, let op. Er zullen meer schoolbesturen volgen. Nog kort geleden eisten boze Kamerleden dat alle leerlingen weer naar school konden. Nu dreigt voor mbo’ers dat ze gevangen blijven in het thuisonderwijs. Laat dat niet gebeuren. Echte lessen zijn een recht.

Aleid Truijens schrijft over onderwijs, opvoeden en opgroeien. Reageren? opinie@volkskrant.nl

Bron:

Truijens, A. (2021, 29 juni). Tweede Kamer, let op: mbo’ers dreigen gevangen te blijven in het thuisonderwijs. De Volkskrant, 15.

Op de radio

Op 29 augustus 2020 ben ik samen met Hubert van Belois van boekhandel Donner geïnterviewd door Chris Vemer van het radioprogramma Chris Natuurlijk op Radio Rijnmond. We praatten over ‘De val van Thomas G’, het nieuwste boek van Nelleke Noordervliet. Je kunt de rubriek ‘Lekker lezen’ hieronder beluisteren:

Boekrecensie:

Diana | 1 sep. 2020

Langzaam wordt vanuit verschillende perspectieven onthuld waaraan uitgever Thomas G. ten onder is gegaan. Hij wordt door de media in een hoek gedreven. Of heeft hij misschien zelf die hoek gezocht? Of is het gewoon toeval? De actuele discussie over de vrijheid van meningsuiting is zowel fascinerend als zorgelijk. Er is weliswaar vrijheid van meningsuiting, maar hoever kun je gaan? ‘De val van Thomas G.’ is een generatieboek over rouwverwerking, moederschap, afhankelijkheid, karaktervorming, uiterlijk, de uitgeverswereld, Ierland en meer. Ook is het een politiek boek. Het laat zien hoe mensenlevens worden beïnvloed door politiek en andersom. Het publieke, politieke en persoonlijke lopen voortdurend door elkaar heen. De schrijfster pleit er met dit boek voor om met elkaar in gesprek te blijven. We kennen elkaar niet en daardoor begrijpen we elkaar niet. Voor dit boek moet je wel een zekere mate van leeservaring hebben. Makkelijk is het niet. Door dit boek te lezen leer je de betekenis van moeilijke woorden zoals larmoyant, opportunisme en apologie. Het taalgebruik van Nelleke Noordervliet vind ik mooi, heel mooi. Zie zinnen zoals: ‘De trage slag van de branding kan wel een upbeat gebruiken, ik verlang naar ritme.’ (p. 184) en ‘Kijk eens hoe de zon de zee verzilvert. Mooi hè?’ (p. 187) Wat een erudiete en wijze vrouw is Nelleke Noordervliet! Zelden las ik zo’n urgent, radicaal en tegelijk teder boek.

Oud en wijs genoeg?

Ik weet dat ik het weet. Maar in rap tempo 90 open vragen over uiteenlopende onderwerpen beantwoorden, is toch wel een uitdaging. Ik ben geselecteerd voor de voorrondes van het televisieprogramma ‘Met het mes op tafel’, een kennisquiz waarin de kandidaten kunnen bluffen als ze iets niet weten.

Examentafels, stilte en heel veel concurrenten in Studio 5 op het Mediapark in Hilversum. De spanning hangt in de lucht. Het voelt een beetje als examen doen. Dat gevoel ken ik, omdat ik altijd met mijn leerlingen meedoe met het examen Nederlands. Het verschil: in Nederlands ben ik goed. Natuurlijk weet ik antwoord op alle literatuurvragen: Saskia Noort, Connie Palmen, Gabriel García Márquez, Fjodor Dostojevski, Gerard Reve. En de naam van de hond van Lucky Luke herinner ik me ook nog wel. Maar hoe heet zo’n apparaat waarmee je radioactieve straling kunt meten ook alweer? En hoe noem je de eerste nekwervel?

Vraag mij ook niet om in luttele seconden een som te berekenen. Stel mij überhaupt liever geen bètavragen. En bluffen als je iets niet weet blijkt helaas toch ook niet te werken. Zelfs niet als ik opschrijf: “DIT WEET IK!” als er gevraagd wordt van wie het kunstwerk ‘Ceci n’est pas une pipe’ is. Ik zie het voor me. En ik weet dat ik het weet. Dus is mevrouw Rozendaal binnenkort op tv te zien? Nee. Doe mij maar een literaire pubquiz. Alcohol en boeken gaan wat mij betreft beter samen dan alfa en bèta. Oud genoeg ben ik daarvoor inmiddels wel, wijs genoeg misschien nog niet.